Zin in Soest - blogs

Versnelt corona de ontkerkelijking met 10 jaar?

Veel mensen zouden, volgens een artikel dat onlangs in de Volkskrant verscheen, de kerk niet meer bezoeken, nadat veel samenkomsten maandenlang niet plaats konden vinden. Moeten kerken zich grote zorgen maken of is deze crisis juist een zegen? Onlangs liet dominee Thea de Ruijter van de protestantse gemeente in Dronten tegenover de NOS weten dat het aantal kerkbezoekers tegenvalt. "Mensen hebben maandenlang tegen ons en elkaar gezegd: we missen het, we missen de diensten. We dachten dat het een probleem zou worden, met die dertig plekken. Maar de aanmeldingen bleven achter." Er was zelfs zo weinig animo dat de gemeente besloot om niet op te schalen naar het maximum aantal bezoekers van 100 toen dit in juli mogelijk werd.

Grote kerkzaal met een paar mensen

Het is duidelijk: Corona schudt aan de pilaren van onze samenleving. Aan school, werk, en dus ook aan de kerk. Hoewel de ontkerkelijking voor corona al volop aan de gang was, was het voor een grote groep mensen nog relatief normaal om op zondag richting de kerk te gaan. Nu is de puntige kerktoren met bijbehorende bijeenkomsten ingeruild. Voor wat? Voor een digitale kerkdienst. Voor via ‘kerkdienstgemist’ of Youtube shoppen in een andere viering. Voor een vreemd lege kerk met hier en daar plukjes mensen. En voor… niets.

De coronacrisis legt de kwetsbaarheid van onze samenleving, maar ook die van kerken bloot. De reacties daarop zijn heel verschillend. De ene groep beweegt mee, de andere haakt af. We zien kerken die geen capaciteit hebben voor techniek én gelikte onlinediensten. We zien kerken die juist nu bewust zijn van de noden in hun omgeving én kerken die meer naar binnen geraakt zijn. We zien trouwe kerkgangers (al dan niet online) én wegblijvers. De grote vraag is: Hoe veerkrachtig is de kerk en gelovigen? We hebben te maken met voortdurende veranderingen en daarmee bewegen we naar een historisch kantelpunt. Een fase van de kerk waarin het vertrouwd was, wordt ingeruild voor een nieuwe fase, waarvan de contouren nog nauwelijks op papier staan. De vraag rijst in hoeverre we in staat zijn om een crisis op te vangen.

Centraal thema lijkt me veerkracht. Veerkracht gaat over navigeren door teleurstelling, verlies en schade. Dan ontstaat er kracht die je laat meebewegen. Ongeacht moeilijke situaties. Wat veerkracht praktisch is, zal voor iedere kerk anders zijn. Voor het ontwikkelen van veerkracht is in elk geval inspiratie, interactie en inzet noodzakelijk.in coronatijd. Inspiratie biedt hoop. Geloven kun je niet alleen en vraagt om interactie. Veerkracht geef je aan elkaar door met elkaar op te trekken, door er voor elkaar te zijn in moeilijke tijden, door elkaar te bemoedigen. Nu de fysieke interactie in deze tijd vaak uitdagend is, is het des te belangrijker dat de interactie gewaarborgd blijft, in welke vorm dan ook. Mensen die elkaar veerkracht geven, geven samen veerkracht aan een geloofsgemeenschap. De crisis geeft ook ruimte om te reflecteren, voor creatief denken, het kan nieuwe inzichten opleveren en nieuwe energie geven. Maar inzet en actie zijn ook nodig! Bekijk als geloofsgemeenschap opnieuw waar de nood is in de buurt. En inventariseer wat je als geloofsgemeenschap te bieden hebt. Ook al zou de ontkerkelijking door de coronacrisis met 10 jaar versnellen, dan nog zullen er volgens mij open oefenplaatsen groeien in moderne, creatieve vormen van zingeving en geloof. Plekken waar je zin en inspiratie kunt vinden. Plekken van ontmoeten en verbinden, waar je nieuwe mensen en ideeën ontmoet. Waar mensen samen willen zoeken naar wat waardevol en zinvol is. Waar mensen geloven dat de Eeuwige zich laat vinden in mensen en hun levensverhalen.

Wil je als kerk wel een uitzondering vormen?

Horeca moet sluiten en het aantal theater- en bioscoopbezoekers wordt verplicht geminimaliseerd, maar voor kerken blijven de coronarestricties slechts een advies. Dit leidde deze week tot veel irritatie en woede op sociale media. Waarom vormen de godshuizen elke keer weer de uitzondering op de regel? Moet je als kerk wel een uitzonderingspositie willen met een beroep op de scheiding van kerk en staat?

Volgens artikel 6 van de grondwet heeft iedereen in Nederland het recht zijn godsdienst of levensovertuiging te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. En de wet kan met betrekking tot de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid.

Lege kerkzaal

Die godsdienstvrijheid en de daarbij behorende rechten werden begin negentiende eeuw vastgelegd. Een uiterst belangrijk recht, denk maar aan het kerkasiel in de afgelopen jaren. Twee keer heb ik in Vries meegewerkt en medeverantwoordelijkheid gedragen voor het opvangen van een groep Vietnamese vluchtelingen en een gezin uit Iran in de kerk.

De overheid kan dringend adviseren om als kerk met niet meer dan dertig mensen samen te komen. Maar het blijft een advies. De vraag is moet je je als kerk onttrekken aan je maatschappelijke verantwoordelijkheid. We zitten als samenleving in een bijzonder ernstige gezondheidscrisis, gaat dan het beroep op de scheiding van kerk en staat op.

Ik weet dat ere sprake is van een "heilige historische traditie”. We hebben in Nederland na lang puzzelen een evenwicht bereikt waarbij de kerk zich niet met de staat mag bemoeien - maar ook niet andersom. Op dit moment staan het CDA en ChristenUnie in het kabinet, gesteund door de SGP pal voor dat recht om naar de kerk te gaan om je geloof te belijden, ook in een crisissituatie als deze.

De redenen dat je wel met zijn allen naar de kerk mag en niet naar de kroeg is ook van praktische aard: in de kerk staan ze niet in elkaars oor te tetteren, zijn ze veelal nuchter en over het algemeen staan de mensen meer op afstand. Kerkdiensten zijn niet of nauwelijks betrokken bij besmettingen. Maar toch………………. Wil je als kerk wel een uitzondering vormen? Kun je je geloof alleen maar belijden door op zondag naar de kerk te gaan?

Dat er, nu we midden in de ‘tweede golf’ zitten, kerken zijn die kiezen om met maximaal 30 mensen bij elkaar te komen en niet te zingen of zelfs er voor kiezen om alleen nog online-vieringen aan te bieden heeft te maken met maatschappelijke verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid ligt niet vast in de grondwet, maar heeft van doen met solidariteit in tijden van crisis. Die solidariteit met de zwakkere is verankerd in de ‘grondwet’ van de bijbel.

Kerk in tijden van Corona

Afgelopen maanden kwam het boek ‘Kerk in tijden van Corona’ (Uitgeverij Adveniat) uit. De schrijvers komen uit de protestantse en de katholieke kerk in Vlaanderen en Nederland. Ze maken duidelijk dat de kerk door de coronacrisis op haar identiteit wordt teruggeworpen. We staan voor de uitdaging ons te bezinnen op de inhoudelijke gevolgen van deze crisis. De kerk staat niet aan de zijlijn. Welke lessen trekken gelovigen uit deze coronatijd? Wat zijn de aandachtspunten voor een nieuwe toekomst van onze kerken? Het boek trekt geen conclusies, maar stelt veel vragen die om een antwoord vragen.

Het onzichtbare virus raakt de hele wereld, met grote gevolgen. Er worden heel veel mensen ziek en een deel van sterft aan de gevolgen van het virus. Daarnaast staat onze hele manier van leven op de kop: thuis blijven, geen fysiek contact, thuis werken. Tijdens de eerste golf vonden sommige mensen de rust en het langzame tempo een weldaad, voor de meesten een pijnlijke confrontatie met eenzaamheid. De gevolgen voor de economie zijn bijzonder ingrijpend.

In de kerken kunnen we alleen in kleine groepen bij elkaar komen. Pastoraat vindt telefonisch plaats. Als pastor ga je op huisbezoek voor het raam van een gemeentelid. Hoewel de creativiteit groot is, is er aan de andere kant de pijn van het gemis van fysieke nabijheid.

Grote vragen komen op. Wat betekent deze pandemie voor onze toekomst? Kunnen we nu misschien sneller en effectiever omschakelen naar een duurzame levensstijl? Vallen er lessen te leren uit deze pandemie als het gaat om de zorg, om de manier waarop we onze economie organiseren en afhankelijk zijn geworden van de productie in lagelonenlanden?

We worden met de neus op het feit gedrukt hoe broos wij mensen zijn. Onze kwetsbaarheid wordt weer eens opnieuw zichtbaar. Het vraagt ons om niet weg te lopen voor lijden, ziekte en dood, maar elkaar juist in alle ellende nabij te zijn. Ook als de dood het leven raakt.

De crisis maakt ons ook duidelijk dat het leven niet maakbaar is. We weten maar heel weinig over het virus. Met beperkte kennis moet de overheid beslissingen nemen. De wetenschappers zijn nog steeds gedreven op zoek naar antwoorden. Het wordt weer eens opnieuw duidelijk dat we het leven niet in onze hand hebben. De toekomst verloopt niet volgens onze protocollen. De coronacrisis zet een definitieve streep door het maakbaarheidsidee.

Juist nu de vieringen in de kerken minder kunnen worden bezocht, wordt duidelijk hoe belangrijk de gemeenschap is. Juist in onze geïndividualiseerde samenleving, waarbij de solidariteit in de afgelopen jaren flink onder druk stond. Nu we niet elkaar kunnen ontmoeten weten we wat we missen. Geloven doe je samen. Geloven is persoonlijk, maar niet individualistisch. Geloven, hopen en liefhebben lukt alleen samen.

De afgelopen periode werd scherp duidelijk hoe onmisbaar ondersteunende beroepen en goede zorg zijn. Zorg voor elkaar, door vrijwilligers en professionals, in ziekenhuizen en verpleeghuizen, in revalidatiecentra en aan sterfbedden. Zorg voor mensen in de buurt, die dreigen te vereenzamen. Zorg voor jonge mensen die perspectief missen, en zorg voor ouderen. In deze situatie moeten kerken hun weg vinden, wetend dat het einde van de crisis nog lang niet in zicht is. Kerken kunnen met hun ‘verhaal met meerwaarde voor het leven’ een bijdrage leveren aan de bezinning op en verandering van een wereld in verwarring. Dienstbaar aan de mensen en de wereld van de Eeuwige.

Noodklok

Op dinsdag 29 september om half tien ‘s ochtends luidde de klok van De Open Hof, samen met de klokken van vele andere kerken rond het Plein in Den Haag en in heel Nederland acht minuten en 20 seconden lang. Deze dag werd de petitie #500kinderen overhandigd aan de woordvoerders asiel & migratie van de Tweede Kamer. Deze petitie is mede ondertekend door veel plaatselijke gemeenten, predikanten en kerkleden. Acht minuten en 20 seconden, dat is precies 500 tellen. 500 is het aantal minderjarige asielzoekers dat Nederland op zou moeten nemen uit vluchtelingenkampen op de Griekse eilanden. Dat vinden meer dan 100.000 ondertekenaars van de petitie #500kinderen.

Dinsdag om half tien overhandigden 12 organisaties, waaronder VluchtelingenWerk, Defence for Children, Stichting Vluchteling en Kerk in Actie, de petitie aan de woordvoerders asiel & migratie van de Tweede Kamer. Deze petitie wordt gesteund door 173 gemeenten en 5 provincies, net als vele kerken, artsen, wetenschappers, (oud)politici van alle kleuren, prominenten, de groep voormalig onderduikkinderen en vele mensenrechten- en noodhulporganisaties. Op het Plein stonden 500 lege klapstoelen, symbool voor de 500 alleenstaande vluchtelingenkinderen die nu in erbarmelijke omstandigheden verkeren in de Griekse kampen en op het Griekse vasteland.

noodklokken

Een jaar geleden zond Griekenland al een noodkreet uit naar de Europese lidstaten: ‘Neem samen een groep van 2.500 kinderen op die zonder familie vastzitten in de Griekse kampen’. Elf Europese landen hebben aan die oproep gehoor gegeven, maar Nederland deed dat niet. De kinderen behoren tot één van de meest kwetsbare groepen onder de vluchtelingen en worden aan hun lot overgelaten. Het kabinet heeft in de zogenaamde Moria-deal uiteindelijk recent besloten dat 50 alleenstaande kinderen onder de 14 jaar in Nederland worden opgenomen, maar er zijn nog duizenden kinderen die zonder hun familie vastzitten in de overvolle kampen of op het vasteland.

Na het aanbieden van de petitie werd er vanuit de Haagse Gemeenschap van Kerken ook een wake houden voor de #500kinderen. Waken, dat betekent wakker zijn, alert blijven en oog hebben voor mensen in nood. Daarom werden de ‘noodklokken’ op dinsdagmorgen geluid; dat we wakker zijn en wakker blijven. Alert voor het leed dat die grote groep kinderen zonder familie op Moria overkomt. De noodklokken hebben geluid om te laten zien hoe onmachtig Europa is om basale menselijke waarden te garanderen. Gaat Nederland ten onder als er 500 kinderen uit opvangkampen hier opgevangen worden? Het is ten hemel schreiend dat in een land in Europa, op 3000 kilometer van Soest, mensen creperen in de modder, met smerig eten , buiten slapen en weinig perspectief hebben. Kun je het standpunt van het kabinet nog serieus nemen om te weigeren om 500 kinderen op te vangen? Met enige barmhartigheid kunnen echt meer dan 500 kinderen opgevangen worden……………….

Diep triest

Deze week verscheen de Instagram-hashtag #ikdoenietmeermee. Bekende Nederlanders spraken zich uit tegen het coronabeleid. De overheid geeft te weinig duidelijkheid en kritische artsen wordt de mond gesnoerd, volgens hen. Daar komt bij dat ze van mening zijn dat het maar de vraag is hoe dodelijk het corona-virus is en hoe betrouwbaar de testen zijn. Eén van deze BN’ers is Famke Louise. Geprikkeld door alle media-aandacht die de hastag kreeg heb ik toch even naar het fragment bij ‘Jinek’ gekeken waar zij vertelde superveel respect voor corona te hebben. Ze vervolgde: “We leven in een maatschappij waarin mensen hun ding niet meer kunnen doen. De entertainmentindustrie ligt helemaal plat. Er zijn gezinnen waar misschien niet eens meer eten op tafel kan komen. Ik vind dat het kabinet daar te weinig rekening mee houdt. Het is een maatschappelijk probleem en ik vind dat daar te weinig aandacht voor is.” Aan tafel zat ook Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care. Ik was benieuwd hoe hij zou reageren. Natuurlijk had hij de nodige kritiek op de actie, maar door de goede vragen die hij stelde raakte Famke Louise verstrikt in haar eigen argumenten. Ze kwam niet meer goed uit haar woorden, wist niet precies meer wat ze wilde zeggen. Je zou verwachten dat Gommers korte metten zou maken deze influencer. Maar nee, hij bleef rustig en bewonderenswaardig empathisch, gaf haar domheid alle ruimte en wilde zelfs de dialoog aangaan. Hij ging serieus op de argumenten in. Ik was onder de indruk van de respectvolle manier waarop Gommers Famke aansprak. Bij ‘Op1’ deed Tim Douwsma ook een duit in het zakje: ‘Het is een feit dat er door corona 28 miljoen operaties niet door zijn gegaan’. Presentator Tijs van de Brink wist niet wat hij hoorde: “28 miljoen is wel heel veel, Tim.’’ Het werd die avond weer helemaal duidelijk dat we in Nederland 17 miljoen virologen of deskundigen tellen.

Je kan om zoveel domheid lachen, maar het gegeven dat zoveel mensen zich door zogenaamde influencers laten beïnvloeden en ondertussen feiten en meningen niet meer van elkaar weten te scheiden, vind ik diep triest.

You’ll Never Walk Alone

You'll Never Walk Alone is een lied geschreven door Richard Rodgers en Oscar Hammerstein in 1945. Het nummer is meermaals opgenomen door verschillende artiesten, waarvan de versie van Gerry & the Pacemakers de bekendste is.

wapenschild van Liverpool football clubDeze Liverpoolse band nam het nummer op in 1963. Deze versie bleef vier weken lang op nummer 1 in de Britse hitlijst. Het werd direct een volkslied voor de fans van Liverpool FC en wordt bij elke wedstrijd massaal gezongen. Tegenwoordig zijn de woorden You'll Never Walk Alone opgenomen in het clublogo.

Op 20 maart 2020 werd deze versie van het lied door meer dan 180 radiozenders in meer dan 30 landen in Europa tegelijk uitgezonden. De actie was een initiatief van radio-dj Sander Hoogendoorn en was bedoeld om mensen te verenigen tijdens de Coronaepidemie.

Een hele rij beroemdheden heeft You’ll Never Walk Alone gecoverd, onder wie Barbra Streisand, Perry Como en Frank Sinatra. Het nummer staat ook op diverse gospelalbums, zoals die van Elvis Presley en Aretha Franklin. Het lied komt oorspronkelijk uit de musical Carousel. In deze musical wordt het gezongen door Aunt Nettie, die met het lied troost brengt aan Julie als zij haar man verliest. Het troostrijke dat er in dit lied schuilt, is ook de reden waarom het zo’n populair gospelnummer geworden is. Het lied bemoedigt om nooit op te geven, ook al is het leven nog zo zwaar; aan het einde van de storm, van de problemen, wacht er een gouden lucht en een betere toekomst. Het enige wat je moet doen is blijven hopen, want dan loop je niet alleen (zoals de Nederlandse uitdrukking zegt: gedeelde smart is halve smart). Een mooie boodschap, die op een gospelalbum niet misstaat.

Troost en verbondenheid liggen dicht bij elkaar, zo bleek ook toen het lied in een herdenkingsdienst na de Hillsboroughramp in 1989 gezongen werd. Bij deze ramp kwamen 96 Liverpool supporters door een paniekuitbraak om het leven. Toen bleek dat dit nummer niet alleen de verbondenheid uitstraalt, maar vooral ook troost kan geven.

In 1976 bracht de Nederlandse zanger Lee Towers een cover van het nummer uit. Deze versie groeide later uit tot een favoriet nummer onder de aanhangers van voetbalclub Feyenoord. Towers zelf is ook supporter van de Rotterdamse club. Het klinkt als Feyenoord een belangrijke prijs wint over de Coolsingel tijdens de huldiging.

Het lied werd in januari 2009 in Washington gezongen bij de inauguratie van president Obama en het is sinds enkele jaren ook vaste prik in The Last Night of the Proms in de Londense Royal Albert Hall.

Kijk en luister zelf naar You’ll Never Walk Alone van Gerry & The Pacemakers (youtube.com) U verlaat zininsoest.nl

Heroes – David Bowie

In 1969, de periode van de peace & flower power, breekt de tot dan nog onbekende David Bowie door met het nummer 'Space Oddity'. Dit nummer wordt door de BBC gebruikt voor een documentaire over de maandlanding. Het lied wordt een nummer 1-hit en de carrière van Bowie is meteen gelanceerd.

De naam Bowie heeft hij een paar jaar ervoor bedacht omdat zijn eigen naam, David Robert Jones, te veel leek op die van de zanger van The Monkees: Davy Jones. Bowie weet als geen ander trends in de popmuziek voor een groot publiek toegankelijk te maken. Als tiener speelt Bowie saxofoon in diverse schoolbandjes. Aan deze roerige tijd houdt hij zijn verschillend gekleurde ogen over. Tijdens een gevecht om een meisje wordt hij namelijk in zijn oog geraakt, waarna zijn oog onherstelbaar wordt beschadigd.

David Bowie‘Heroes’ was het tweede album dat David Bowie opnam toen hij in West-Berlijn woonde. Het album vertoont opvallende overeenkomsten met zijn voorganger Low dat een paar maanden eerder in 1977 uitkwam. Bowie werkte opnieuw nauw samen met producer Brian Eno. En net als bij Low, was ook dit album opgedeeld in een a-kant met afgeronde liedjes en een instrumentale b-kant. De invloed van Duitse elektronische muziek (‘krautrock’) was groot op ‘Heroes’, vooral op het tweede deel. IJle synthesizers gaven het album een futuristische klank die jaren later nog steeds revolutionair aandoet. Het titelnummer groeide uit één van Bowie’s bekendste nummers. Van het lied over twee geliefden die elkaar kussen in de schaduw van de Berlijnse Muur, nam hij later ook een Duitstalige versie op.

In het nummer ‘Heroes’ stelt een ik-figuur zich met zijn geliefde verschillende dingen voor, haast in een soort grootspraak over de eindeloze mogelijkheden die de liefde biedt. Zo stelt hij zich aan het begin van de albumversie voor dat hij koning is, en de ander koningin – beiden zouden in die situatie dus veel macht hebben en boven alles staan, ook de keiharde realiteit. De spanning die heerst tussen de dagdroom en de realiteit blijkt uit: ‘Though nothing will drive them away / We can beat them, just for one day’. Met de ‘them’ refereert Bowie aan de echte machthebbers, degenen die heersen en door wie een muur de stad verdeelt. In de voorgestelde werkelijkheid echter kunnen de geliefden deze realiteit doorbreken en grootse dingen bewerkstelligen.

Er zijn genoeg verhalen in de bijbel te vinden over het soort helden waar Bowie over zingt, verhalen waarin de underdog een held wordt. Denk bijvoorbeeld aan David en Goliath, de kleine jongen tegen de enorme reus. Enkel door vertrouwen op God weet hij de reus te vellen. Je kunt ook denken aan Jezus, die zijn leerlingen een kind als voorbeeld toont. Niet dat je beroemd bent, dat je wat betekent is het belangrijkste. Het gaat om het vertrouwen, dat je gelooft in wat je doet. Met de woorden van Bowie: ‘We’re nothing, and nothing will help us / Maybe we’re lying, then you better not stay / But we could be safer, just for one day.’

Kijk en luister zelf naar Heroes van David Bowie (youtube.com) U verlaat zininsoest.nl

Hotel California – the Eagles

Hotel California is de titelsong van het gelijknamige album van de Amerikaanse band The Eagles. Het lied werd ook op single uitgebracht. Het is een van de bekendste nummers uit de moderne muziekgeschiedenis en het bekendste lied van de Eagles. Maar waar gaat het nummer van de Eagles eigenlijk over?

Het is een episch lied over de reis van onschuld naar ervaring en specifiek over de fatale Californische levensstijl van overdaad en zoeken naar genot. De voornaamste tekstschrijver van het nummer is Don Henley en de muziek komt voor rekening van leadgitarist Don Felder, maar ook multi-instrumentalist Glenn Frey schrijft eraan mee. Het hotel uit de titel is dus niet het Beverley Hills Hotel, dat te zien is op de albumcover. Het hotel is een metafoor voor het beloofde land dat tot de ondergang gedoemd is en waaruit geen verlossing meer mogelijk is.

The EaglesDe tekst die rijk aan beeldspraak is, geeft aanleiding geeft tot talloze andere interpretaties. Een van de populairste verklaringen is dat het nummer over drugs zou gaan, waarbij Hotel California staat voor gevangenis of afkickcentrum en waarbij met 'the warm smell of colitas' de geur van marihuana wordt bedoeld. Anderen zien in de songtekst Bijbelse connotaties, satanistische theorieën, of zien er metaforen in voor de platenindustrie, dan wel een vastgelopen liefdesrelatie. De lijst is eindeloos.

Het nummer heeft iets beklemmends. Iemand rijdt door een warme zomernacht, zoals ze in Californië nogal eens voorkomen. Omdat hij moe wordt, zoekt hij een slaapplaats op om de nacht door te brengen. Dat wordt het Hotel California. Interessant is daarbij dat hij al bij binnenkomst denkt: “This could be heaven or this could be hell”. Het is een hotel met een zekere dubbelzinnigheid, waarbij het van buiten niet duidelijk is of dit een goede of slechte plaats is om te verblijven.

De vrouw die de reiziger verwelkomt is erg op uiterlijkheden gericht. Ze is gek op Tiffany, zo horen we, heeft een Mercedes Benz en heel veel zogenaamde ‘vrienden’. Ook in het hotel zelf zijn veel aanwijzingen naar uiterlijkheden te vinden. Er zijn spiegels op de plafonds te vinden en roze champagne, die duiden op een leven in weelde en vooral ook een narcistisch wereldbeeld tonen. Het geeft een leeg gevoel, zoals de dame zegt: “we are all just prisoners here, of our own device.” We zijn door ons eigen toedoen gevangenen van onszelf geworden. We tonen aan de buitenwereld hoe geweldig we het hebben, bijvoorbeeld op sociale media, en worden daardoor verplicht om het ook geweldig te hebben. We kunnen of durven niet meer te tonen wie we eigenlijk zijn en hoe we het eigenlijk hebben, zeker niet als het slecht gaat.

Het doet denken aan het Bijbelboek Prediker, waarvan de schrijver op zoek is de zin naar de zin van het leven, maar ontdekt dat alle genoegens van het leven enkel leegte brengen. Pas wanneer er gedeeld wordt met anderen, valt er zin te ontdekken en verliezen de dingen hun leegte.

De reiziger in het nummer ondervindt deze leegte ook en probeert daardoor aan het einde te ontkomen. Maar of dat lukt, is de grote vraag. De portier zegt aan het einde van het nummer: “We are programmed to receive / You can check out any time you like / But you can never leave!”

ONE OF US

Eric Brazilian is de tekstschrijver van het nummer ‘One of Us, dat werd uitgebracht door Joan Osborne. Het werd in 1995 uitgebracht op het album ‘Relish’. Brazilian heeft later verklaard dat hij het nummer in één nacht schreef om indruk te maken op een meisje, wat lukte omdat het later zijn vrouw zou worden. Hij was op dat moment bezig met schrijven aan het debuutalbum van Joan Osborne en besloot het nummer aan haar af te staan. Het lied was een groot succes over de hele wereld, bovenin de hitlijsten van Australië, Canada, Vlaams België en Zweden, het bereiken van nummer zes op de UK Singles Chart en steeds een top 20 hit in minstens 12 andere landen.

Joan OsborneJoan Osborne had naast met One of Us ook een wereldwijde hit met St Teresa. Ze speelde in het BBC programma Transatlantic sessions en de docufilm Standing In The Shadows of Motown. Hoewel ze meer bekend staat als een popmuzikante is haar muziek altijd diep geworteld in americana, folk, blues country en soul, de muziek waar ze zelf ook het meest gepassioneerd door is. Ze trad de afgelopen 20 jaar op met de meest uiteenlopende artiesten variërend van Emmylou Harris, Bob Dylan, Taj Mahal en The Holmes Brothers. Ze bracht in 2017een prachtig album uit met de songs van Nobelprijs-winnaar Bob Dylan.
In het lied One of Us staat de vraag centraal: Wat zou je doen als je God op straat zou tegenkomen? Het is een vreemde vraag, maar als je er over nadenkt blijkt het vooral een lastige vraag te zijn. Hoe zien we God eigenlijk? Stel dat Hij een naam zou hebben, wat zou die naam dan zijn? Zouden we Hem überhaupt durven aanspreken? En stel dat we dan een vraag mochten stellen, wat zouden we dan eigenlijk vragen? Hoe zou Hij eruitzien? Zouden we Hem wel willen zien?

Het zijn vragen die raken aan ons beeld van God en hoe we over Hem denken. Het interessante is dat er naast de gewone vragen als hoe Hij eruit zou zien ook een reflectie ingebouwd is: willen we dat weten, of zouden we het liever in het midden laten? Die vragen dwingen ons tot nadenken over wat God voor ons betekent. Voor Joan Osborne zelf ligt de kracht van het nummer niet zozeer in de gestelde vragen, maar in de vraag hoe we met elkaar omgaan. Ze verbindt het met het verhaal van de barmhartige Samaritaan, die ondanks alle verschillen toch zijn hulp aanbood aan een gewonde man. Hij stelde geen vragen over wie deze gewonde man was, maar zorgde voor hem.

De vragen die in het lied over God gesteld worden, zijn ook vragen waardoor we grip proberen te krijgen op mensen. Namen, uiterlijke kenmerken: ze geven ons een identiteit, maar zijn tegelijkertijd ook de basis waarop we mensen in hokjes kunnen stoppen. Uiteindelijk maakt het namelijk niet uit wie we zijn, welke etiketten we op anderen plakken, maar gaat het om wat ons in de kern verbindt: we zijn allemaal mensen.

Precies daarin schuilt ook de kracht van God: Hij is niet in een hokje te plaatsen, omdat onze etiketten niet op Hem van toepassing zijn. Hij is altijd en overal aanwezig, maar zonder dat we daar weet van hebben. In het lied wordt daar een toepasselijk beeld bij gegeven. Het is het idee dat God een vreemdeling in de bus is, die probeert naar huis te komen. We zien die persoon zitten, hebben geen idee wie het is, en daardoor kan het in principe iedereen geweest zijn – ook God, zonder dat we dat in de gaten hadden.

Kijk en luister zelf naar One Of Us van Joan Osborne (youtube.com) U verlaat zininsoest.nl

Pleisterplaats

Het is vakantietijd. Anders dan in andere jaren blijven de meeste mensen of thuis of kiezen voor een vakantie in Nederland vanwege de Coronacrisis.

Voor wie echt wil trekken, is een tentje eigenlijk het makkelijkst. Die zet je immers snel op en pak je ook weer snel in. Je trekt van pleisterplaats naar pleisterplaats. Maar stel je voor dat je jaar in jaar uit in een tent zou moeten leven. Zoals het volk Israël jaren lang in tenten heeft gewoond in de woestijn. Bij de Sinai kwam er zelfs een bijzondere tent bij: de tabernakel.

Het woord tabernakel komt van een woord waar ons woord taveerne, een pleisterplaats, van afkomt. Heel duidelijk is het een tent, een verplaatsbaar heiligdom. Zo bouwt het volk een heiligdom voor God. Als uitbeelding van wat zij in de hoge hebben gezien en ervaren: ‘God is in ons midden’. Een heiligdom om daarmee ook uit te spreken: we wonen niet ongekend en onbemind in een angstaanjagend en zwijgend heelal. Nee, boven, achter, onder deze wereld woont de Onzienlijke, en het is zijn schepping. Er zit een kloppend hart achter en in onze werkelijkheid.

Is dat een ervaring die wij kunnen delen? Beleven en ervaren wij ook dat kloppende hart achter ons snelle, soms chaotische, leven van alledag? Kunnen we nog iets van God op het spoor komen? Is er een plaats waar we met anderen een thuis kunnen vinden? Waar we samen een dak boven ons hoofd hebben, waar we bescherming ervaren?

We hebben behoefte aan een plek waar we op adem kunnen komen. Een plek waar datgene wat je als mens bezighoudt in alle vrijheid gezegd kan worden. Waar je kunt aanschuiven. Waar mensen elkaar aanspreken en niet toespreken. Een plek waar je je vrij kunt voelen, waar je mag zijn wie je bent. Een plek waar je kunt ontvangen en geven en waar je samen in actie en verzet kunt komen. Rust en actie. Zo mag de geloofsgemeenschap er voor mij uit zien: pleisterplaats

Zo mogen wij ook deel zijn van Gods volk onderweg. Een bonte gemeenschap, die trekt van pleisterplaats naar pleisterplaats, samen luisterend en zoekend naar Gods bedoeling met onze wereld. Een gemeente waar de woorden van de Schrift niet opgelegd worden, maar uitgeprobeerd door ze te verbinden met de actualiteit van het menselijk bestaan. Waar de dienst aan God, elkaar, anderen en de samenleving nauw met elkaar is verbonden. Een open huis waar iedereen welkom is.

Zoals het volk in de woestijn de tabernakel bouwde wordt ons gevraagd ook de handen uit de mouwen te steken en te bouwen aan zo’n huis, zo’n pleisterplaats.

Daar staan geen lange lege banken, maar ronde tafels. Aan die tafels wordt niet alleen de herinnering aan Jezus levend gehouden, maar ook indringend gediscussieerd, samen gegeten, gewerkt en gerust.

Liberaal christendom

De Britse godsdienstsociologe Linda Woodhead pleitte een tijd geleden in een interview in Trouw voor het serieus nemen van wat zij noemde ‘gewone gelovigen’. Zij vertelde dat journalisten vooral interesse hebben voor de extreme vormen van religie. Zo ontstaat het beeld dat échte religieuzen fundamentalistisch zijn. ‘Waarom respecteren we de grote groep van gematigde moslims, gemiddelde christenen en nieuwe spirituele gelovigen niet?’ Volgens Woodhead is vrijzinnige religie even echt en krachtig in het vormen van levens als de extremistische variant.

Boekomslag liberaar christendom Een aantal jaren geleden verscheen het boek ‘Liberaal christendom’. Heb boek bevat een aantal schetsen van een groep predikanten en theologen van de contouren van een liberale omgang met God, godsdienst en geloof. Ze schrijven: ‘In ons theologiseren zoeken we niet naar een objectieve, historische of metafysische waarheid die voor alle eeuwen geldig is’. Voor de schrijvers vormt dit het ‘vertrekpunt’. De schrijvers willen in de theologie zichzelf en de wereld proberen te verstaan (dat is wat anders dan verklaren!) vanuit de betrokkenheid op God. God, die zij als een dynamische werkelijkheid ervaren die inwerkt op deze wereld en ons leven. Over het hoe en waarom daarvan valt heel divers te spreken, maar zeker is dat God ons bestaan overstijgt en er tegelijk volop in aanwezig is. Jezus is van die God de belichaming.

Rick Benjamins, één van de redacteuren, laat de ontwikkelingen zien van de liberale theologie in het huidige theologische landschap. Liberale theologie is een label waarmee men aansluit bij het internationale (Angelsaksische) taalgebruik. Bij ons heet(te) dat vrijzinnigheid. Aandacht voor de ontwikkelingen in de wetenschap, ruimte voor de verklaring van de bijbel waarin de Schrift en traditie vrij en onafhankelijk worden uitgelegd, en het belang van de persoonlijke ervaring, zijn kenmerkende karakteristieken. Inmiddels leven we, legt Benjamins uit, in een post-christelijke, post-seculiere en post-theïstische tijd, die om een nieuwe verwoording van het christelijk-liberale perspectief vraagt. Mensen hebben afscheid genomen van een almachtige God die van buitenaf ingrijpt in de wereld, maar daarmee is God niet uit de wereld verdwenen. De zoektocht gaat voort, in bewustzijn van de beperktheid van onze Godsvoorstellingen. Tegelijk zijn wij ‘scheppers naast God’, en is God pas echt God ‘als wij hem God laten zijn’. Dit is liberale theologie, liberaal geloven als vertrouwen, niet als doctrine. De bijbel is hier niet hét woord van God, maar neerslag van verschillende interpretaties van de Eeuwige die zich aan ons manifesteert.

Het valt te waarderen dat de grote meerderheid van gewone gelovigen en gematigde religieuzen met dit boek een theologische stem hebben gekregen. Om te laten zien dat er meer is tussen orthodoxie en secularisme en dat het alleszins redelijk is om de christelijke traditie op eigentijdse wijze voort te zetten.

(Liberaal christendom - Ervaren, doen, denken Rick Benjamins, Jan Offringa en Wouter Slob derde druk, isbn: 978-94-92183-21-7, 240 pagina's)

God zien

Mozes  volgens Michelangelo
Paulus volgens Rembrandt van Rijn

God ervaren, steeds meer mensen hebben er moeite mee gekregen. Velen kennen God eigenlijk alleen nog maar uit de verhalen uit de kinderbijbel. En ook al leest men als volwassene zelf de bijbel, gebeurt dat meestal toch door de bril van de kinderbijbel. In sommige kinderbijbels zijn de mensen vaak heiliger dan in de bijbel. Abel, Noach, Abraham en Mozes worden voorgesteld als vrome mannen die elke dag dicht bij God leefden. Als kind kreeg je vanzelf de gedachte dat God alleen omgaat met supermensen. Je moet wel zo vroom zijn als Jozef die zelfs op de bodem van de put braaf in een hoekje kroop met de woorden: ‘ik zal heel tevreden zijn, ik zal stil zijn’. In sommige kinderbijbels lijkt het wel alsof God in elk noodsituatie ingrijpt als een God die nu eenmaal alles kan. Maar als je dan in je eigen leven meemaakt dat God blijkbaar niet ingrijpt? Steeds meer mensen komen tot de conclusie dat Hij er niet is. We ervaren God niet, dus Hij is er niet.

Maar zou de God die we niet ervaren, geen andere zijn dan de God van de bijbel. Om God op het spoor te komen, moeten we in de bijbel in de leer gaan. Omdat God zich bekend maakt in de geschiedenis, moeten wij achterom kijken. De Eeuwige zal steeds weer oplichten in de geschiedenis en herkend worden. Maar God is niet vast te leggen in een systeem. Hij is altijd weer de Verrassende, de Ongedachte. De Naam leer je alleen kennen onderweg.

In het boek Exodus lezen we dat ook Mozes moeite heeft met Gods onzienlijkheid. Ook hij vindt het maar moeilijk zich blindelings aan God toe te vertrouwen en vraagt: ‘Heer, laat mij toch uw heerlijkheid zien’. God antwoord: ‘Wie ik ten diepste ben, gaat aan je voorbij, geen mens immers zal mij zien en leven. Maar bij mij is een plaats waar je in een rotsholte kunt staan. Wanneer mijn heerlijkheid voorbijgaat, zal ik met mijn hand die rotsholte bedekken, totdat ik ben voorbijgegaan. Dan zal ik mijn hand wegnemen. Dan zul je mij van achteren zien. Mijn aangezicht zul je niet zien’.

Het onmiddellijke zicht op God is Mozes niet vergund. Ook Mozes heeft het in leven en sterven moeten doen met een geloof als ziende de onzienlijke. Ook al sprak hij met God als een vriend. Geen sterveling kan zeggen: ik heb God gezien. Pas achteraf, wanneer hij voorbijgegaan is, kun je zeggen: God was aanwezig, ik heb God ervaren op deze plaats. En wie God heeft gezien, wanneer hij voorbij gegaan is, heeft genoeg gezien

Engelen

Twee mensen staan voor een drukke verkeersweg. De ene schiet snel naar de overkant. De andere wacht een rustig moment af. Vraagt de ene: waar bleef je nou? Zegt de andere: Mijn engel¬bewaarder zei dat ik beter even kon wachten. O ja?, zei de andere, die van mij zei: opschieten het kan nog net! Is dat allemaal onzin? Of worden wij toch op één of andere manier vergezeld door hemelse geesten? Wat betekenen engelen voor ons? Kunnen wij ze tegen komen?

In de bijbel wordt de grote finale van onze geschiede¬nis beschreven als een indrukwekkende plechtigheid, waaraan een onafzienbare menigte van engelen en mensen deelneemt. Engelen vervullen een belangrijke rol in dit visioen. Zij worden de ene keer beschreven als hovelingen, de andere keer als soldaten die samen de legermacht van de hemel vormen. Uiteraard is het een mobiele brigade, voorzien van vleugels, want zij moeten overal tegelijk inzetbaar zijn.

In de bijbel komt de engel telkens zeggen wat God gaat doen. Zo zien we de engel optreden in de verhalen van de Bijbelschrijvers. Ze hebben hem nodig om in hun verhaal te laten horen hoe God op een bepaalde wijze met zijn volk omgaat. Ze laten daarom de engel nooit als zelfstandig wezen optreden. Hij bestaat al¬leen, voor zover hij een functie heeft in de wijze waarop de God van Israël iets aan zijn volk zegt of doet. Daarom spreken ze bijna nooit over een engel of engelen, maar over de engel - of liever - de bode van de Heer, want de mensen die in het verhaal een rol spelen, krijgen in de ont¬moeting met deze bode met God zelf te maken. De engel heeft in de bijbel de functie om een bepaalde wijze van omgaan van de Heer met zijn volk te karakteriseren. Hij bestaat bij wijze van spreken. Bij wijze van spreken over de God van Israël. De vertellers verhalen dat de God van Israël anders is; niet te plaatsen, te vangen en in onze schema's onder te brengen. Maar ze willen vertellen dat deze God hen ontmoet heeft en steeds opnieuw wil ontmoeten. In de rol van de engel zijn beide momenten helemaal aanwezig. De hemel is de verborgenheid, de aarde de openbaarheid, waarbij alles wat van Godswege gebeurt, gebeurt vanuit de hemel op aarde. Hierin zien we nu juist de engel, de bode, zijn rol spelen.

Vandaag de dag versie¬ren engelen onze plafonds: ornamenten in stuc¬werk. Zo mogen zij met mollige blote billetjes vrome spreuken omhoog houden of op een andere manier als lijstwerk fungeren. Dan is er helemaal niets meer over van die sterke figuren, die de kracht van Gods aanwezig¬heid mogen laten voelen.

Maar het moet ook gezegd worden dat engelen opnieuw in de belangstelling staan. Allerlei mensen verhalen van ontmoetin¬gen met engelen. Soms zijn het engelen die zich openbaren in menselij¬ke gedaan¬te. Soms zijn het alleen maar lichtende gestalten. Degenen die het hebben meegemaakt zijn er absoluut van over¬tuigd met een engel te maken hebben gehad. Of deze mensen werkelijk engelen hebben gezien is natuurlijk nooit na te gaan. Wat echter onomstote¬lijk vaststaat is, dat het voor de betrokkenen zelf ingrijpen¬de en onvergetelijke gebeurtenissen zijn geweest.

In de bijbel worden twee engelen met name genoemd: Michaël en Gabrië¬l. Michaël wordt gezien als de hoog¬ste, de aanvoerder van de hemelse legermacht. Gabriël is de naam van de engel die aan Maria de blijde boodschap brengt. Hij is de boodschapper van God die eenvoudi¬ge mensen vertelt dat God grote dingen wil doen.

Engelen: wezens die tussen God en de mensen in staan, die God dienen maar ook voor mensen opkomen, bemiddelaars. Beelden van met name genoemde engelen zijn voor velen van ons uit het zicht verdwenen, restanten uit een verouderd verleden. Ze zijn overbodig geworden, want in onze beleving is God van zijn voetstuk gekomen en naast de mensen komen staan. Er staat met andere woorden niets meer tussen God en de mensen in. Of zetten we daarmee de mens op een te hoog voetstuk?

Ik geloof en verwacht dat het hart van de hemel en het hart van de aarde elkaar raken, opdat wij mensen niet zo verloren staan. Zodat mensen voor wie deze boden van vrede levende werkelijkheid zijn er oriëntatiepunten voor hun leven in ontdekken. Zodat mensen die zich niets kunnen voorstellen bij deze beelden, andere leefbare oriëntatiepunten zouden kunnen vinden.

Engelen: gedaantes die uit het niets verschijnen en in het niets verdwijnen, onverklaarbare gebeurtenissen die de loop van je leven onmiskenbaar hebben veranderd. We hebben bovennatuurlijke krachten grotendeels uit onze belevingswereld verdrongen. Als er iets gebeurt wat we niet kunnen begrijpen, dan noemen we het een samenloop van omstandigheden. Prestaties, leuke dingen, zijn een verdienste van ons¬zelf. Mislukkingen, minder leuke dingen zijn een gevolg van stomme pech. We doen er alles aan om de greep op onze wereld niet te verliezen.

Ik geloof en verwacht dat het hart van de hemel en het hart van de aarde elkaar raken, opdat wij mensen niet zo verloren staan. Zodat mensen die zich bij alles richten op krachten buiten hen, zichzelf ook durven te vertrouwen. Zodat mensen die niets willen weten van dingen die onze waarneming te boven gaan, ook het onbekende leren te vertrouwen.

Engelen: mensen die er plotseling voor je blijken te zijn en die onverwacht een helpende hand toesteken die het onmogelijke mogelijk maken. We vinden het vaak moeilijk om onszelf te verlaten op andere mensen - ze zouden je kunnen kwetsen. Het is misschien nog moeilijker om toe te geven dat je anderen nodig hebt - dat betekent immers toegeven dat je het niet in je eentje kunt, een teken van zwakte. Niettemin is het goed om te weten dat je niet alleen op deze wereld bent.

Ik geloof en verwacht het hart van de hemel en het hart van de aarde elkaar raken, opdat wij mensen niet zo verloren staan. Zodat mensen die volledig durven te vertrouwen op anderen ook al zijn die onbekend mensen als engelen om zich heen weten. Zodat mensen die niet graag op anderen aangewezen zijn mensen als engelen om zich heen vinden.

Houd afstand!

Houd afstand! klinkt het overal. We zijn zorgvuldig in de omgang met elkaar vanwege het Coronavirus. Wie oud is of niet gezond is, het allermeest, want je hoort dan tot de risicogroepen. Het virus is als een sluipmoordenaar, niet zichtbaar, en het slaat zomaar toe. Voorlopig hebben we geen geneesmiddelen. Hooguit kunnen we het virus op afstand houden en indammen. Het confronteert ons ermee dat we niet over alles controle hebben in het leven. We mogen geen hand geven, niet omhelzen en geen zoen geven. Houd afstand! Op straat en in de winkel behoren we elkaar op tenminste anderhalve meter te omzeilen.

Houd afstand! Een groot deel van het sociale leven is daardoor dood gevallen. Hebben wij veerkracht in ons, vertrouwen, om een weerwoord te laten horen? Vertrouwen we erop dat we weer tot leven komen? Zullen we weer adem krijgen, komen we weer tot leven en zullen we beter dan tevoren beseffen dat we niet alles in de hand hebben, dat we soms afhankelijk zijn van iets dat groter is dan wijzelf?

Houd afstand

Wie gelooft ziet meer. Die ziet ook dingen die anderen niet willen of niet kunnen zien. Licht in het duister. Een nieuwe horizon. Het gaat dan niet om een zonniger toekomst, van, ach, het komt allemaal ooit wel weer goed. Maar een horizon van herstel. Herstel van moeder aarde waarboven de hemel weer helder wordt en stil, nu die niet langer verscheurd wordt door grote aantallen vliegtuigen. Herstel van medemenselijkheid, nu we meer dan ooit rekening moeten houden met elkaar en niet alleen aan onszelf kunnen denken.

Houd afstand is het parool. Maar juist veel mensen zijn elkaar in deze periode elkaar nabij gekomen. We hebben anderen geholpen, omdat dat dringend geboden was en je er niet aan voorbij kon gaan. Die buurman van 80, die je nauwelijks zag of sprak en waarvan je nu dacht: hij woont alleen, hij is ouder, hij behoort tot de risicogroep, hoe is het met hem? Zo hebben we allerlei mensen gebeld met de vraag: ‘Kan ik iets voor u doen? Boodschappen?’

Houd afstand. Zeggen we dat ook niet vaak tegen onszelf? Laat je niet teveel in met alle problemen en al het lijden in de wereld. Houd afstand. Denk aan jezelf. Het lijkt wel alsof Jezus dat ook doet wanneer zijn vriend Lazarus ziek is en zijn zus iemand naar Jezus stuurt om hem dat te vertellen. Kennelijk in de hoop en de verwachting dat hij snel zal komen en haar broer zal genezen. Maar Jezus zegt alleen maar "deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God" en blijft vervolgens twee dagen waar hij is. Eerst zal Lazarus sterven voordat Jezus hem weer terug in het leven brengt.

Het lijkt of onze samenleving ook eerst geraakt moest worden door het Coronavirus. En niet alleen dit virus, maar ook dat andere virus van de ongebreidelde economische groei en expansie. Het virus dat ons de afgelopen decennia koortsig de aarde heeft doen uitwonen, de schoonheid en de stilte heeft verdreven en ons veel te druk heeft doen zijn en ons vol onrust heeft gemaakt. Door Corona vielen we stil en kwam ons leven knarsend tot stilstand.

De Indiase schrijver Deepak Chopra schreef:

En de mensen bleven thuis
en ze gingen boeken lezen
en ze luisterden en namen hun rust
en maakten muziek,
ze schilderden
en tekenden en speelden spelletjes met hun kinderen
en kwamen tot een nieuwe leefstijl
en ze werden rustig.
Ze gingen op een diepere manier luisteren.
Sommigen gingen mediteren, anderen gingen bidden en weer anderen dansen.
Er waren er die hun eigen schaduwkanten gingen opmerken.
En de mensen begonnen op een andere manier te denken.
De mensheid heelde.
En nu de mensen stopten met alleen maar gedachteloos en harteloos te leven,
daar begon de aarde helen.
En toen het gevaar voorbij ging
en de mensen weer samenwerkten,
toen betreurden ze wat verloren was gegaan
en ze maakten nieuwe keuzes.

Gaat dit gebeuren na Corona?

Brief aan Paulus

Een brief! Soms overkomt het me. Als ik ’s middags de post van de vloer in de hal raap. Meestal zijn het drukwerken, mailingen, tijdschriften. Heel zelden zit er een persoonlijke brief tussen. Elkaar mailen en bellen gaat veel vlugger en is veel directer dan schrijven. Maar een mailtje per computer is ook veel vluchtiger. Echt er voor gaan zitten en nog een brief schrijven – wie doet dat nog?

Paulus deed dat wel. Hij had ook geen andere middelen ter beschikking. De enige manier om met elkaar contact te houden was het schrijven van een brief. Dat is een kunst op zich. De brieven van Paulus zijn soms behoorlijk lang. Hij had dus veel te zeggen. In ieder geval naar zijn eigen mening. Een mening die door velen gedeeld werd en wordt. Welke brieven immers is het beschoren opgenomen te worden in een zo belangrijk boek als de Bijbel? Zou Paulus ooit vermoed hebben dat zijn brieven 2000 jaar later nog gelezen, gespeld zouden worden? Dat mensen zich na zo'n lange tijd nog zouden opwinden over de vraag wat hij precies bedoelde? Dat naar aanleiding van zijn brie¬ven eeuwen¬lang gewichtig gediscussieerd zou worden over zijn `leer'?

Paulus volgens Rmbrandt van Rijn
Paulus volgens Rembrandt van Rijn

Ik denk dat Paulus, als hij zich dat bewust zou zijn geweest, anders, meer algemeen geschreven zou hebben. Immers, een belangrijk kenmerk van zijn brieven is dat ze in bepaalde situaties met bepaalde bedoelingen geschreven zijn. Hij schreef de meeste brieven aan gemeentes die door zijn verkondiging tot stand gekomen zijn. Aan mensen die pas christen geworden zijn. Je kunt je voor¬stellen dat die mensen vol vragen zitten. Paulus heeft ze veel verteld. Maar hoe meer je er mee bezig bent, hoe meer vragen je krijgt. Wat betekent dat geloof in Jezus Christus voor het leven van elke dag? Hoe kun je omgaan met allerlei heidense gewoontes uit de omgeving waarin je leeft? Bovendien zijn er heel veel andere soorten godsdienst. Kun je daar als christen wat mee? Of moet je daar niets mee te maken willen hebben? Soms schreven mensen van zo'n gemeente een brief aan Paulus. Ergens schrijft Paulus: 'En nu wat betreft de punten waarover jullie mij geschreven hebben'. Zijn brief is een antwoordbrief. Maar niet alleen dat. Kennelijk heeft de brenger van de brief aan Paulus verteld hoe het toeging in de gemeente van Korinthe. Met die verhalen is Paulus niet op alle punten even blij. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om zijn zegje daarover te zeggen.
In Korinthe woont Paulus bij Priscilla en haar man Aquila, een joods echtpaar. Zij waren uit Italië gevlucht omdat Keizer Claudius had bevolen dat alle joden Rome moesten verlaten net als Paulus zijn ze leerbewerkers en tentenmakers. In mijn verbeelding reageert Priscilla op de brief van Paulus aan de gemeente in Korinthe:

Lieve Paul,
Het spijt me dat je zo lang niet van Aquila en mij gehoord hebt, maar we hebben het erg druk gehad in de zaak. We hebben een order voor drie nieuwe fami¬lietenten en de reparaties gaan ook gewoon door aan het begin van het seizoen.

Bovendien had ik eerlijk gezegd nogal wat moeite met sommige stukken uit je laatste brief. Er staan schit¬terende dingen in, echt waar, maar soms sla je ineens door naar gezeur. Sorry, maar ik kan niets anders zeggen. Dan schrijf je bijvoorbeeld dat mannen geen lang haar mogen dragen en vrouwen geen kort haar! Dat maken we toevallig zelf wel uit.

Of nog erger, je schrijft dat 'de vrouw moet zwijgen in de gemeente'. Toen ik dat voorlas keek Aquila me plagerig aan met een gezicht van nou-hoor-je-het-ook-¬eens-van-een-ander. 'Trek het je niet aan', zei hij. 'Zo zit die man nu eenmaal in elkaar.' Verder is hij nog steeds erg op je gesteld, hoor, en ik houd ook heus van je. Juist daarom zit het mij niet lekker wat je geschreven hebt. Je moet niet vergeten dat je brieven hier gelezen worden alsof ze in de bijbel zelf staan Ze zijn in staat om op één zo' n zin hele theorieën te bouwen over de Vrouw in het Ambt en zo. Je kunt schrijven wat je wilt, ik ben dit keer zo vrij om mij niets van je aan te trekken en dat heb je aan jezelf te danken, want jij spreekt jezelf tegen.

Ik weet het nog zo goed, de eerste keer dat ik je zag. Het was bij ons achter in de zaak met een handjevol mensen. Ik zal het nooit vergeten. Je had het erover dat het sinds Jezus niet meer uit¬maakt of je nu baas of werknemer, jood of niet-jood, man of vrouw bent. In God en voor God zijn we alle¬maal gelijk. Waar of niet? Dat heb je letterlijk gezegd. Dat sloeg toen in als een bom. Rijke piefen en hoge heren voelden zich er ongemakkelijk bij en vrome Schriftgeleerden waren helemaal verontwaardigd. Maar voor mij was het een openbaring, een steekvlam. Ik ben maar gewoon de vrouw van een eenvoudige mid¬denstander. Ik ken mijn plaats, ik moet op mijn woor¬den passen en tegenover klanten altijd beleefd blijven. Ik wil je onthouden zoals ik je heb leren kennen, als een hartstochtelijk, warmbloedig mens.

Want je kan nog zulke moeilijke dingen schrijven, je kan nog zo knap preken, als je geen liefde hebt, klink je als koperen toeters en bellen.

Je kan nog zo indrukwekkend vroom en profetisch zijn, je kan het nog zo mooi zeggen, zonder liefde ben je nergens. Liefde geeft vertrouwen, liefde is eerlijk, liefde geeft je onderdak, liefde is aardig. Ik weet dat je dat weet, want ik heb het van jou. Schrijf daar dan over en niet over al die andere dingen.

Veel liefs, ook van Aquila
Priscilla